DE KATWIJKSCHE POST

DONDERDAG 30 OKTOBER 2009

Veelzijdig Excelsior zingt drie toppers

Gehoord: Dorpskerk Katwijk aan den Rijn, 30.10.2009 C.O.V. Excelsior uit Katwijk met Orkest RBO Sinfonia, Solisten: Heleen Koele, sopraan, Margareth Beunders, alt, Frank Fritschy, tenor, Martijn Sanders, bas, Niek van der Meij orgel. Dirigent: Wim van Herk. Programma: Kyrie Mozart, Stabat Mater Haydn en Mis in D van Dvorák.


Door Emmerik de Munnik


Er wordt in Katwijk veel gezongen, vooral uit de rijke schat aan geestelijke liederen. Van de vele koren die er zijn is de oratoriumvereniging C.O.V. Excelsior één van de oudsten. Opgericht op 31 maart 1910 bestaat de vereniging volgend jaar al 100 jaar. Aan de programmering is dat niet af te zien. Waar bij mensen de ouderdom vaak gepaard gaat met terugkijken en hang naar vroeger is er bij Excelsior juist de behoefte om ieder jaar iets nieuws te brengen. Nauwelijks reprises van voorgaande successen, maar steeds op zoek naar nieuwe muzikale ontdekkingen. Koor en dirigent schuwen daarbij het modernere repertoire niet (Poulenc, Duruflé, Britten, Coombes). Dit keer had men gekozen uit het oeuvre van 3 bekende componisten, Mozart, Haydn en Dvorák, waarbij liefhebbers van klassieke koormuziek meteen denken aan Requiem, Schöpfung en Jahreszeiten. Excelsior koos anders. In het buitengewoon fraaie, informatieve en volledige programmaboekje kondigde voorzitter Jasper de Kogel een 3-gangenmaaltijd aan met een zeer interessant en aantrekkelijk menu. Overigens werd dit boekje, waarmee Excelsior een lichtend voorbeeld is voor andere koren, ook in de beroepswereld, dit jaar helaas niet gratis uitgedeeld. Financiële argumenten zullen hieraan ten grondslag liggen, maar het blijkt toch een drempel te zijn, waardoor het educatieve karakter van de concerten wordt verzwakt..
Geopend werd met het Kyrie KV 341 van Mozart, ook wel aangeduid als het Münchener Kyrie. Het had een complete mis moeten worden, maar om onbekende reden is Mozart vroegtijdig gestopt met componeren. Deskundigen gissen verandering van werkgever en verhuizing. Inmiddels denkt men ook niet meer aan München als plaats van ontstaan. Excelsior liet horen hoe jammer het is, dat het niet tot een compleet werk kwam. Niet alle details kwamen uit de verf, maar het was een licht en blij pleidooi, waarbij de Allerhoogste op dansende wijze verleid wordt om zich te ontfermen over ons zondaars.
Het was echt een vondst om met dit stuk te beginnen: zelfs het RBO Sinfonia, de duizend koorbegeleidingen al lang gepasseerd, had het nog nooit gespeeld.
Koren volgt dit voorbeeld.

Het Stabat Mater van Joseph Haydn is ook al zo'n werk wat onterecht wat minder bekend is. De middeleeuwse tekst over moeder Maria en Johannes, die bij het kruis van Jezus staan wordt traditioneel op Goede Vrijdag opgenomen in de liturgie van de eredienst van de R.K.-kerk, maar Haydn was de eerste, die een concertversie maakte. Vier solisten, alleen, als duo, als kwartet en samen of afgewisseld met het koor bezingen het verdriet en denken na over de betekenis van het lijden van de Heer. Het werd het hoogtepunt van de avond. Excelsior klaagde, Excelsior smeekte, klonk soms opstandig, dan weer berustend om te besluiten met een triomfantelijk en vertrouwend Im Paradisum. Dit laatste deel was wat mij betreft niet het sterkste wat Haydn schreef bij de Stabat Mater tekst. De coloraturen die de sopraan moet zingen doen meer denken aan een goed glas wijn dan aan hemelse visioenen. De vertolking die Wim van Herk met Excelsior realiseerde toonde op beheerste wijze aan hoe beeldend de muziek van Haydn kan zijn. Dat hij in een jaar tijd een amateurkoor tot dit niveau weet op te tillen pleit voor zijn vakmanschap. Dit bleek vooral in het deel waarin de gelovige zich persoonlijk bij het gezelschap op Golgotha voegt en koor en solisten gezamenlijk gebeden zingen. Fac me plagis vulnerari werd een staalkaart van de souplesse, de alertheid en de emotionaliteit waarmee Excelsior weet te overtuigen. Ook RBO Sinfonia bewees weer een toporkest in het begeleiden te zijn. De hobo's waren huiveringwekkende tranentrekkers en de strijkers geselden genadeloos maar uiterst precies hun snaren. Het wemelde bij deze uitvoering van prachtige momenten. Zuid-Holland moet maar zuinig zijn op dit ensemble.
Bij een maaltijd is het toetje meestal licht verteerbaar, maar nu werd na de pauze nog stevige kost opgediend. De uitvoerenden konden uitpakken bij de Mis in D van de Tsjechische componist Antonín Dvo·ák. Deze componist verwerkte allerlei elementen uit de Slavische muziektraditie in zijn werken en groeide zo uit tot een van de helden van Tsjechië. Deze koormis had eerst alleen een orgelbegeleiding en zo is hij in Nederland ook vaker te horen. Later voegde hij een orrkestbegeleiding toe, die Excelsior nu koos. Veel spektakel dus met wisselingen in toonsoort, in tempo en in volume. Zo beheerst als de uitvoeringen van Mozart en Haydn waren, zo uitbundig werd het nu.
Toch leek het of de vermoeidheid wat toesloeg. Of werd hier weer eens duidelijk, dat een koor aan één repetitie met het orkest en de solisten eigenlijk niet genoeg heeft? De zangers leken soms te schrikken als na een heftig fortissimo de begeleiding bijna geheel wegviel, zodat de inzetten niet altijd zelfverzekerd klonken

Toch was er veel te genieten. De sopranen waren duidelijk beter in vorm dan bij een vorige gelegenheid en de alten klonken vroom en ingetogen, bijna deemoedig in hun geloofsbelijdenis. Ook de heren, helaas klein in getal, weerden zich heel verdienstelijk. Een iets grotere mannenbezetting zou echter de homogeniteit van de klank ten goede komen.

De organisatoren hadden ook een gelukkige keus gemaakt voor de soli. Heleen Koele is een jonge sopraan met een grote presentie. Zowel de coloraturen als de lange lijnen bracht zij overtuigend. Alleen in combinatie met de tenor dreigde ze te domineren. Margareth Beunders wordt niet voor niets vaker door Excelsior uitgekozen. Een warme altklank, soepel en betrouwbaar. Frank Fritschy was niet steeds briljant, maar gelukkig soms ook wel. De verrassing bij de solozangers was Martijn Sanders. Zijn sonore, diepe bas bracht de horror van de gesels en de spijkers heel dichtbij, als in een opera. Ook in de mis was hij een rots om op te bouwen. Een naam om te onthouden! Onze plaatsgenoot Niek van der Meij is eigenlijk een veel te bescheiden mens om solist te zijn. Hij versterkte die indruk voor de pauze, waar zijn orgelspel als basis in de begeleiding niet erg opviel. Maar hoe kan men zich vergissen. Het compacte Sonneveldorgeltje liet zich solistisch horen in de mis van Dvo·ák, een herinnering aan de oorspronkelijke versie van deze compositie. Hier bleek hoe mooi Niek kan spelen en waartoe hij in staat is. Perfect de sfeer aanvoelend en één van geest met de dirigent. Niek laat eens vaker iets van je horen!
C.O.V. “Excelsior” toonde vrijdagavond in staat te zijn zeer uiteenlopende muziek aan te kunnen. Het was drie maal “toppie”. Eigenlijk verdient dit koor een grotere plaats in het Katwijkse muziekleven, dan zij nu inneemt. Iets meer leden, vooral meer financiële mogelijkheden en een wat royalere concertaccomodatie zou het koor wel verdienen. Hoe mooi de Dorpskerk ook is, de verlichting voor de uitvoerenden is beperkt en het publiek ziet soms erg weinig. Geen wonder, dat ze soms uitwijken naar Noordwijk. Ook zusterkoor C.O.K. Hallelujah en anderen zouden gebaat zijn bij een aantal voorzieningen in de Katwijk-Binse kerk, die hem beter geschikt zouden maken voor de Katwijkse koren.


Een slim aangebrachte verlichting en een passend demontabel podium hoeven de hoofdgebruiker op geen enkele manier te hinderen, maar zouden de exploitatiemogelijkheden van dit monument sterk vergroten.