Groeiend zelfvertrouwen COV Excelsior
|
|
COV Excelsior staat al jaren
garant voor een afwisselende concert programmering. Het ene
jaar zingt het koor een bekend werk, de keer daarop staat er een
modern werk of een onterecht in de vergetelheid geraakt juweeltje op
het programma. Op het concert van vrijdag 30 januari
werden muziekstukken uit beide categorieën gecombineerd: het
overbekende Requiem van Mozart stond gebroederlijk naast de
twee zelden uitgevoerde Stabat Maters van Schubert.
Het Stabat Mater D175 bleek ongekend kort te zijn. Nog geen tien minuten
had Schubert nodig om uiting te geven aan datgene wat volgens hem de
kern was van het Latijnse gedicht: de dood van Jezus aan het kruis. De
passages over de lijdende moeder, het symbool van de Rooms Katholieke
kerk, had hij er gemakshalve maar uit weggelaten. Het muziekstuk, dat sterk
doet denken aan de dramatische koormuziek van Mozart, werd door de
leden van Excelsior met veel gevoel voor drama gebracht. Ondanks de wat
schelle violen in het Randstedelijk Orkest bleef de warme koorklank van
Excelsior goed hoorbaar. Dramatiek en spanning waren ook
aan de orde in het tweede Stabat Mater van Schubert. Hier had de componist
beduidend meer aandacht aan besteed: met groot koor, orkest en drie solisten
is het stuk bijna een oratorium te noemen. Al in de openingsstrofe, 'Jesus
Christus schwebt am Kreuze', werd de spanning voelbaar. De subtiele
pianissimo koorinzet en het stuwende orkest gaven de beklemmende sfeer weer van
de 'nacht des doods'. Het verdriet van Jezus' naaste vrienden en familie werd
prachtig verklankt door sopraan Liesbeth Vanderhallen. Haar heldere en
lenige stem mengde zich goed met het orkest en de klaaglijke hobo in de aria
'Bei der Mittlers Kreuze'. In het duet 'Engel freuen sich' was haar stem
opnieuw het stralende middelpunt, dit helaas ten koste van
tenor Otto Bouwknecht, wiens
|
bescheiden en hese stemgeluid niet voldoende draagkracht had
om hem tot een gelijkwaardige duopartner te maken. Ook de bas, Michael
van Ekeren, kwam niet boven het niveau van zijn collega Vanderhallen uit.
Zijn ietwat matte stem maakte dat zijn solopartijen kleurloos bleven, wat pas
in het laatste terzet langzaam begon te veranderen.
De vuurdoop voor het koor kwam met de passage 'Wer wird sich nicht
innig freuen', dat slechts door twee hoboïsten begeleid werd. Van a-capella
gedeelten is bekend dat ze genadeloos de zwakheden van een koor kunnen
blootleggen. Ook Excelsior had last van zwakke zakkende momenten,
maar wist uiteindelijk harmonieus met de hoomisten 'de voorsmaak van de
hemel' te bereiken. Het zelfvertrouwen van het koor leek te groeien tijdens het
bezingen van de vreugde van het paradijs en kwam tot een climax in '0 du
herrliche Vollender', waarin iedereen even letterlijk leek te worden opgetild.
Het afsluitende 'Amen' was daarmee vergeleken aan de vlakke kant en had
best wat spetterender gekund. Het concert werd besloten met het
'Requiem' van Wolfgang Amadeus Mozart. Excelsior bleek goed uit de
voeten te kunnen met de dramatische wanhoop die uit de dodenmis spreekt.
Het 'Dies irae' werd uitgeschreeuwd als een massale noodkreet. Met het
sterk aangezette 'Rex tremendae' werd de angst voor een machtige koning
ineens wel erg reëel. In de minder uitgesproken gedeelten van het 'Requiem'
kwam er echter een soort nonchalance over de zangers die vooral merkbaar
was in net niet gehaalde hoge noten en een wankele ritmiek. Pas wanneer
Wim van Herk iedereen weer bij de les had gehaald, was er ruimte voor span-
nende dynamiekwisselingen in het koor, waardoor het 'Requiem' toch een
zekere emotionele kracht meekreeg.
De solisten, aangevuld met de alt Charlotte Stoppelenburg, leken al hun
krachten te hebben gespaard voor het 'Requiem'. Michaël Van Ekeren en
Otto Bouwknegt klonken
|
inmiddels minder hees en daardoor veel overtuigender, ook al bleven de dames qua
stemvolume de boventoon voeren.
Het was uiteindelijk Liesbeth Vanderhallen die het solistenkwartet
ontsteeg in het 'Agnus Dei'. Met haar heldere en warme stem was
het niet moeilijk om je aan het einde van de avond een voorstelling
te maken van het eeuwige licht en de eeuwige rust die Mozart voor ogen
had gestaan.
Gehoord op: vrijdag 30 januari, Dorpskerk Katwijk
aan den Rijn. Programma: Schubert:
Stabat Mater D175, D383. Mozart: Requiem.
Uitvoerenden: Christelijke Oratorium vereniging Excelsior, Randstedelijk
Begeleidingsorkest o.l.v. Wim van Herk.
Liesbeth Vanderhallen, sopraan. Charlotte Stoppelenburg, alt,
Otto Bouwknegt, tenor, Michaël van Ekeren, bas.
Gorine Rietveld.
|