Recensie:
W.A Mozart (Requiem)
F. Schubert (Stabatmater D175, D383)

30 januari 2004
Dorpskerk Katwijk.




Groeiend zelfvertrouwen COV Excelsior

COV Excelsior staat al jaren garant voor een afwisselende concert programmering. Het ene jaar zingt het koor een bekend werk, de keer daarop staat er een modern werk of een onterecht in de vergetelheid geraakt juweeltje op het programma. Op het concert van vrijdag 30 januari werden muziekstukken uit beide categorieën gecombineerd: het overbekende Requiem van Mozart stond gebroederlijk naast de twee zelden uitgevoerde Stabat Maters van Schubert.

Het Stabat Mater D175 bleek ongekend kort te zijn. Nog geen tien minuten had Schubert nodig om uiting te geven aan datgene wat volgens hem de kern was van het Latijnse gedicht: de dood van Jezus aan het kruis. De passages over de lijdende moeder, het symbool van de Rooms Katholieke kerk, had hij er gemakshalve maar uit weggelaten. Het muziekstuk, dat sterk doet denken aan de dramatische koormuziek van Mozart, werd door de leden van Excelsior met veel gevoel voor drama gebracht. Ondanks de wat schelle violen in het Randstedelijk Orkest bleef de warme koorklank van Excelsior goed hoorbaar.
Dramatiek en spanning waren ook aan de orde in het tweede Stabat Mater van Schubert. Hier had de componist beduidend meer aandacht aan besteed: met groot koor, orkest en drie solisten is het stuk bijna een oratorium te noemen. Al in de openingsstrofe, 'Jesus Christus schwebt am Kreuze', werd de spanning voelbaar. De subtiele pianissimo koorinzet en het stuwende orkest gaven de beklemmende sfeer weer van de 'nacht des doods'. Het verdriet van Jezus' naaste vrienden en familie werd prachtig verklankt door sopraan Liesbeth Vanderhallen. Haar heldere en lenige stem mengde zich goed met het orkest en de klaaglijke hobo in de aria 'Bei der Mittlers Kreuze'. In het duet 'Engel freuen sich' was haar stem opnieuw het stralende middelpunt, dit helaas ten koste van tenor Otto Bouwknecht, wiens

bescheiden en hese stemgeluid niet voldoende draagkracht had om hem tot een gelijkwaardige duopartner te maken. Ook de bas, Michael van Ekeren, kwam niet boven het niveau van zijn collega Vanderhallen uit. Zijn ietwat matte stem maakte dat zijn solopartijen kleurloos bleven, wat pas in het laatste terzet langzaam begon te veranderen.

De vuurdoop voor het koor kwam met de passage 'Wer wird sich nicht innig freuen', dat slechts door twee hoboïsten begeleid werd. Van a-capella gedeelten is bekend dat ze genadeloos de zwakheden van een koor kunnen blootleggen. Ook Excelsior had last van zwakke zakkende momenten, maar wist uiteindelijk harmonieus met de hoomisten 'de voorsmaak van de hemel' te bereiken. Het zelfvertrouwen van het koor leek te groeien tijdens het bezingen van de vreugde van het paradijs en kwam tot een climax in '0 du herrliche Vollender', waarin iedereen even letterlijk leek te worden opgetild. Het afsluitende 'Amen' was daarmee vergeleken aan de vlakke kant en had best wat spetterender gekund. Het concert werd besloten met het 'Requiem' van Wolfgang Amadeus Mozart. Excelsior bleek goed uit de voeten te kunnen met de dramatische wanhoop die uit de dodenmis spreekt. Het 'Dies irae' werd uitgeschreeuwd als een massale noodkreet. Met het sterk aangezette 'Rex tremendae' werd de angst voor een machtige koning ineens wel erg reëel. In de minder uitgesproken gedeelten van het 'Requiem' kwam er echter een soort nonchalance over de zangers die vooral merkbaar was in net niet gehaalde hoge noten en een wankele ritmiek. Pas wanneer Wim van Herk iedereen weer bij de les had gehaald, was er ruimte voor span- nende dynamiekwisselingen in het koor, waardoor het 'Requiem' toch een zekere emotionele kracht meekreeg. De solisten, aangevuld met de alt Charlotte Stoppelenburg, leken al hun krachten te hebben gespaard voor het 'Requiem'. Michaël Van Ekeren en Otto Bouwknegt klonken

inmiddels minder hees en daardoor veel overtuigender, ook al bleven de dames qua stemvolume de boventoon voeren. Het was uiteindelijk Liesbeth Vanderhallen die het solistenkwartet ontsteeg in het 'Agnus Dei'. Met haar heldere en warme stem was het niet moeilijk om je aan het einde van de avond een voorstelling te maken van het eeuwige licht en de eeuwige rust die Mozart voor ogen had gestaan.

Gehoord op: vrijdag 30 januari, Dorpskerk Katwijk aan den Rijn. Programma: Schubert: Stabat Mater D175, D383. Mozart: Requiem. Uitvoerenden: Christelijke Oratorium vereniging Excelsior, Randstedelijk Begeleidingsorkest o.l.v. Wim van Herk. Liesbeth Vanderhallen, sopraan. Charlotte Stoppelenburg, alt, Otto Bouwknegt, tenor, Michaël van Ekeren, bas.

Gorine Rietveld.