Recensie: Messiah van G.F. Händel
28 mei 1999 Dorpskerk Katwijk.

Degelijke Messiah door Excelsior

Concert door C.O.V. Excelsior op vrijdag 28 mei jl. in de Dorpskerk te Katwijk aan den Rijn. Uitgevoerd werd The Messiah van George Frederic Händel. Solisten waren: Hieke Meppelink (sopraan), Sytse Buwalda (countertenor/alt), Harry Geraedts (tenor) en Math Dirks (bas). Het begeleidend ensemble was het Dordts Kamerorkest met Tijn van Eyk op het klavecimbel. Het geheel stond onder leiding van Wim van Herk.

Warm
Het is een aparte ervaring om je op een warme zomeravond op te maken om een uitvoering van the Messiah bij te wonen. Händels meesterwerk over het leven van Jezus - van geboorte tot de dood aan het kruis - associeer je eerder met de tijd rond Kerst of desnoods rond Pasen, dan met de al bijna afgelopen lente, het moment waarop de natuur al volop is uitgebarsten in allerlei tinten groen en andere prachtige kleuren. Anderzijds kan gezegd worden dat de muziek van Händel zo sterk is, dat je daar eigenlijk op elk moment van het jaar van kunt genieten. Hoe dan ook: bestuur en dirigent van Excelsior zullen ongetwijfeld een goede reden hebben gehad om hun concert juist op deze datum te plannen.
In de Dorpskerk werd het -naar mate het concert vorderde - steeds benauwder en dat zal ongetwijfeld zijn invloed hebben gehad op koor, orkest en solisten. Voor mij persoonlijk kwam het slotkoor geen moment te vroeg en was het heerlijk om - met gemengde gevoelens over het daarvoor gehoorde - weer frisse lucht te kunnen inademen. Hieronder zal ik proberen om die gemengde gevoelens in welgekozen woorden om te zetten: dat is nu eenmaal de taak van een muziekrecensent.

Koor
Laat ik beginnen met op te merken dat ik alle bewondering heb voor Excelsior als ik puur de prestatie van het koor beschouw. Uit alles was te merken dat men zich terdege had voorbereid en de technisch lastige materie voldoende onder de knie had. Vooral de sopranen blonken uit. Toegegeven: zij waren veruit het best te volgen en overheersten soms enigszins, maar zongen zelfbewust en zorgvuldig. De vele lastige loopjes gingen vrijwel altijd goed en er werd maar weinig gesnabbeld, de precisie was groot en het enthousiasme werkte regelmatig aanstekelijk. De andere groepen waren vaak lastiger te volgen. Het is natuurlijk al vaker gezegd, maar het is altijd een groot nadeel bij de uitvoering van de Messiah, dat een koor onevenwichtig is samengesteld. Zoals zo vaak dolven de mannen regelmatig het onderspit. Vooral bij de bassen ontbrak het regelmatig aan zelfbewustheid bij de inzetten. Soms kreeg is het gevoel dat bij de lastige passages teveel op de ander werd gewacht, met als gevolg dat die passages in het grote geheel verdronken of zelfs in het geheel niet te horen waren. Daarbij komt nog, dat de basgroep van het orkest niet al te genuanceerd begeleidde en dat maakte het volgen van de bassen van het koor -zelfs met de partituur in de hand- soms een moeilijke zaak. (op het orkest kom ik trouwens later nog terug).

De tenoren waren duidelijk zekerder van hun zaak, al moesten ze een enkele keer forceren en werd er bij sommige loopjes wel eens wat gesmokkeld. Ook hier werd duidelijk dat de 'voortrekkers' soms de anderen 'er doorheen sleepten'. De altgroep van Excelsior zong onopvallend maar degelijk. Ook zij hebben regelmatig moeite om tegen de sopranen op te boksen en zouden een wat warmere, vollere klank kunne ontwikkelen, maar gelukkig bleek bij inzetten in de polyfone passages, dat ze wel degelijk wat te zeggen hadden. Natuurlijk realiseer ik me terdege dat de balansproblemen binnen het koor een bekende zaak zijn, waar ongetwijfeld aan gewerkt wordt, maar toch heeft de luisteraar bij een concert als dit er wel mee te maken. Anderzijds besef ik heel goed dat je moeilijk een vijftiental sopranen thuis kunt latenbij zo'n hoogtepunt in het leven van een meelevend koorzanger. Niemand zal zich het zingen van een prachtig werk als The Messiah laten ontnemen en terecht!
In het eerste half uur van de uitvoering vond ik, dat dirigent Wim van Herk de zaken wat te voorzichtig aanpakte, zeker bij de passages voor het koor. Natuurlijk is het een daad van wijs beleid om de precisie in de koorzang niet op te offeren aan vaart en enthousiasme, maar nu kwamen bepaalde koorgedeeltes wat stug en aardgebonden op de luisteraar over als was men nog niet echt losgezongen en vrij van zenuwen. Het prachtige nr. 12 (For unto us a child is born) had van mij wat enthousiaster gezongen en de uitroepen 'Wonderful', 'Counseler', etc. hadden wat meer extase mogen bevatten.
In de tweede helft van het concert was het koor een stuk vrijer, maar dat had dan weer een enkele maal tot gevolg, dat een eenmal ingezet tempo naar het einde toe niet gehandhaafd kon blijven en dat men iets ging jagen. Alle lof voor de mooie beschaafde inzet van het overbekende Hallelujah-koor. De zorgvuldige opbouw, zonder forceren, trof mij zeer: je hoort het helaas vaak anders, ongenuanceerder. Jammer dat ook hier het tempo niet helemaal strak bleef, anders was deze passage vrijwel perfect geweest. Waar het koor een klein beetje door de mand viel, was in de à capella passages van nr. 46 (Since by man came death), daar was de zuiverheid zeker niet optimaal. Dat de vermoeidheid -ook bij de andere medewerkenden- een beetje toesloeg, is het koor niet kwalijk te nemen. Daar had zelfs de luisteraar last van, gezien de bijna tropische temperatuur in de Dorpskerk. Dat onder die moeilijke omstandigheden het slotkoor niet naliet om indruk te maken, mogen we zien als een compliment voor koor, maar ook voor de dirigent. Voor hem was het zeker niet eenvoudig om d inspiratie tot het eind toe vol te houden. Het geheel overziende kunnen we, wat koor en dirigent betreft, spreken van een ruim voldoende prestatie.

Orkest
Het bedeleidende orkest kende eveneens goede momenten, maar er waren helaas ook regelmatig passages, die nogal ongeïnspireerd klonken.

Natuurlijk: het begeleiden in zo'n veeleisend werk als The Messiah is een moeilijke klus en nog lastiger is het om zo'n tweeënhalf uur lang op de toppen van je kunnen te spelen, maar ik miste een zeker mate van verfijning en nuancering, met name in de afwerking en dynamiek. Er werd te veel 'gewerkt' en sommige passages klonken nogal zwoegerig en eenvormig. Het contact met de dirigent van Herk leek mij eerlijk gezegd niet altijd optimaal, hij moest zich in het algemeen iets te veel met het orkest bezighouden en dat ging soms ten koste van de soepelheid van het gehele apparaat.
De concertmeester beleefde in zijn sols in nr. 52 enige benauwde momenten, daarentegen was de trompetsolist in de - terecht ingekorte- aria 'The trumpet shall sound' bijzonder goed op dreef met verzorgd heel muzikaal spel.
Tijn van Eijk is natuurlijk een vaardig klavecinist, iemand waar solisten en dirigenten op kunnen bouwen. Helaas vond ik zijn instrument vaak te veel overheersen: het geprononceerde geklater ging op den duur irriteren, zeker in de wat meer beschouwende aria's van de solisten. Een bescheidener instrument met meer registratiemogelijkheden was misschien beter geweest. De rest van de continuogroep was ook regelmatig te ongenuanceerd en te overheersend ten opzichte van bijvoorbeeld het bescheiden volume van de countertenor.

Solisten
Van de solisten vond ik sopraan Hieke Meppelink met afstand de beste. Niet alleen was haar stem vol en gaaf in alle registers, zij leefde zich ook heel knap in in de diverse teksten: als het over de engelen ging, was zij zelf als het ware een engel. Schitterend was ook de manier waarop zij de passage 'The first fruits of them that sleep' uit nr. 45 zong met een vrijwel onhoorbaar pianissimo. Jammer dat zoiets door de begeleiding niet werd opgepikt. Tot het einde toe behield zij haar concentratie en haar bijdragen behoorden tot de pareltjes van dit concert, mede door haar smaakvolle versieringen.
Countertenor Sytse Buwalda bezit een in alle registers gave altstem en zong zijn partijen goed, zij het wat vlak. Qua volume had hij vaak moeite om tegenover de begeleiding stand te houden, maar dat was niet alleen zijn schuld.
Bas Math Dirks voldeed goed wat tekstuitbeelding betreft, zong heel actief, maar zijn stem bezat niet in alle registers evenveel draagkracht.
Tenor Harry Geraedts was helaas een vreemde eend in de bijt. Op alle fronten bleef hij achter bij de anderen, daarbij bleek zijn stemgeluid ronduit onaangenaam.
Geen gelukkige keuze dus!

Sluier
Samenvattend luidt mijn conclusie over dit concert (voor zover u die belangrijk vindt natuurlijk) dat het geheel een ruime voldoende verdiende, maar dat het laatste vonkje inspiratie ontbrak. Anders gezegd: er lag af en toe een klein sluiertje overheen.


Jaap Bol